Duurzaamheid en Internet of Things: een relatie in ontwikkeling

Duurzaamheid en Internet of Things: een relatie in ontwikkeling

 

​Voor wie de knal gemist heeft: eind februari gaf het kabinet het startschot voor het Klimaatakkoord. De overheid staat gereed om samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke partijen en medeoverheden afspraken te maken over de manier waarop Nederland de CO2-uitstoot met bijna de helft zal terugdringen. De uitvoering van het Klimaatakkoord gaat van start in 2019, en de CO2-reductie moet in 2030 gerealiseerd zijn. Bieden Internet of Things (IoT)-oplossingen uitkomst voor de duurzaamheid van de maatschappij, en hoe veilig is het gebruik daarvan?

 

Omdat Nederland in vergelijking met zijn buurlanden behoorlijk achterloopt op het gebied van duurzaamheid en milieuvriendelijke energieontwikkeling, wordt het tijd om snel in actie te komen. Een recent besluit is dat Nederland en masse van het aardgas af moet, en meer gebruik moet maken van schone energie. Dit geldt voor zowel particulieren als het bedrijfsleven als particulieren. Vanaf dit jaar zijn organisaties die meer dan 50.000 kWh energie en/of meer dan 25.000 kuub gas verbruiken, verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen. In totaal gaat het om honderdduizend bedrijven, zoals winkels, restaurants, kantoren en fabrieken. Zij moeten nu zélf jaarlijks rapporteren welke maatregelen ze hebben genomen om energie te besparen. Behalve isolatie is het gebruik van zonnepanelen en warmte-werende oplossingen een populair middel om de energierekening te verlagen. Daarnaast worden IoT-toepassingen ingezet om de duurzaamheid te verhogen.

 

Energiebesparende technologie

 

Het gebruik van energiebesparende technologie in een gebouw levert al snel het predicaat ‘smart building’ op. IoT-toepassingen, sensoren en slimme apparaten verzamelen informatie over de gebruikers van het pand, bijvoorbeeld werknemers. Daarmee kunnen organisaties data verzamelen en analyseren. Zo wordt duidelijk hoeveel mensen op een bepaald moment van de dag gebruikmaken van gedeelde ruimtes. Maar ook welke werkplekken populair zijn, of de koffiemachine voldoende bonen heeft of wanneer het te koud of te warm wordt. Duurzaamheid komt door te anticiperen op dagelijks gedrag. Zo kunnen het lichtgebruik en de energie voor de verwarming of airconditioning flink worden verlaagd. Er hoeft bijvoorbeeld ook niet te worden schoongemaakt op afdelingen die niet gebruikt zijn. Het inzicht in gedrag en menselijk gebruik van ruimtes en voorzieningen verlaagt de kosten. Het zorgt ook voor tevreden werknemers, want zij werken in een zo gerieflijk mogelijke omgeving.

 

Hoewel de voordelen voor duurzaamheid navenant zijn, is het aantal smart buildings relatief klein. Volgens architect Bastiaan Knuijt komt dit omdat bijna alleen nieuwe gebouwen zijn afgestemd op intelligente systemen. “Nederland heeft te maken met veel bouwwerken die verouderd zijn, vaak ouder dan 25 jaar. Het is hier geen traditie om verouderde gebouwen te slopen en te vervangen. Deze gebouwen worden soms, als pleister op de wond, uitgerust met zonnepanelen. Maar hiermee verbeter je een gebouw niet structureel, daar is meer voor nodig. Het is kostbaar om oude gebouwen te laten voldoen aan moderne eisen, en dat gaat helaas niet samen met rendement denken. Veel oude panden zijn eigendom van institutionele beleggers, die voor het grootste gedeelte bestaan uit pensioenfondsen. Deze eigenaren menen dat er geen rendement valt te halen uit duurzaamheid van verouderde panden, de kosten zijn hoog in vergelijking met de opbrengsten. Nieuwe gebouwen en woningen bezitten vaak wél de infrastructuur die nodig is voor slimme toepassingen, en daar kun je geweldig interessante mogelijkheden voor bedenken.”

 

 Innovatieve toepassingen die het dagelijks leven aangenamer of veiliger maken

 

Met name in de (ouderen)zorg is er sprake van veel innovatieve toepassingen die het dagelijks leven aangenamer of veiliger maken. Knuijt: “Duurzaamheid betekent dat gebouwen niet alleen zijn ingericht op een goede omgang met energie, maar ook zorgen dat de gebruikers of bewoners zich zo prettig mogelijk voelen in hun omgeving. In verpleeg-of zorghuizen werden luifels automatisch neergelaten als de zon schijnt, zo blijft het binnen aangenaam. Deze functie wordt steeds vaker door de gevel overgenomen. Deze zogenaamde energetische gevels halen de warmte weg met koele lucht vanuit een warmtepomp in combinatie met bodemopslag. In de winter wordt de zonnewarmte van de gevel juist gebruikt om de temperatuur te verhogen. Hierdoor blijven de kamers altijd op een constante temperatuur. Afhankelijk van het gekozen energetische systeem, kunnen bewoners ook zelf het raam open doen, dit verhoogt uiteraard het comfort. Er zijn ook technieken in de maak die op emotie en gedrag sturen. Je kunt bewoners via hun gehoorapparaat hun favoriete muziek laten horen als ze bepaalde ruimtes betreden. Of kleding van interactief textiel maken, waarvan een deel uit ingeweven micro geleide polyamide draad bestaat. Zodra een mindervalide bewoner gaat dwalen in een onveilige zone wordt dit door slimme monitoring en met gebouwsensoren geregistreerd. Het begeleidend personeel kan dan tijdig actie nemen.”

 

De ontwikkelingen rond deze IoT-technieken volgen elkaar in hoog tempo op, en steeds meer bedrijven en organisaties verdiepen zich in de mogelijkheden. Ook stadsbesturen maken flinke stappen met de integratie van slimme oplossingen om duurzaamheid te waarborgen. Rudie Egberink, technical accountmanager bij Contec: “Met sensoren kun je van alles monitoren. Bijvoorbeeld of vuilniscontainers vol zijn of waar het verkeer sneller door moet rijden om een opstopping te voorkomen. Hierdoor verminder je straat- en luchtvervuiling. Ook kun je lantarenpalen pas laten branden als er mensen in de buurt zijn, dus alleen als het nodig is. De toepassingen in deze zogenaamde smart cities zijn razend interessant, maar ook kwetsbaar. Enkele jaren geleden werd het botnet Mirai ontdekt. Dit was het eerste grote botnet dat was opgebouwd uit honderdduizenden IoT-apparaten, zoals draadloze IP-camera’s. Mirai werd ingezet voor DDoS-aanvallen op dns-provider Dyn. Sindsdien is het er niet leuker op geworden.”

 

Gartner meldde begin dit jaar dat 20 procent van alle bedrijven de afgelopen drie jaar minimaal één keer te maken kregen met een aanval op IoT-apparatuur. Het onderzoeksbureau verwacht dat dit aantal in de toekomst alleen maar zal toenemen. Egberink: “Veel IoT-apparaten hebben een belabberde beveiliging, maar zijn wel continu verbonden met het internet. Dat is vragen om problemen. Zolang IoT-leveranciers niet door de wet worden verplicht om de security van hun producten op orde te hebben, is het aan de gebruiker om de risico’s tot een minimum te beperken. Particulieren kunnen bijvoorbeeld een apart wifi-netwerk installeren waar alleen hun IoT-producten gebruik van maken. Zo weet je zeker dat kwaadwillende personen nooit via het speelgoed van je kinderen kunnen inbreken op je zakelijke laptop.”

Bedrijven die gebruikmaken van IoT-oplossingen kunnen volgens Egberink problemen buiten de deur houden met netwerksegmentatie. “Een firewall die netwerksegmentatie biedt, houdt al het verkeer gescheiden. De firewalls van Hillstone Networks zijn daar heel effectief in. Het netwerkverkeer wordt bijvoorbeeld gescheiden op basis van productie, werksegment, gasten en IoT. Mochten er onverhoopt malware-incidenten plaatsvinden, dan grijpt de firewall direct in en sluit alle poorten naar de andere zones. Dit zorgt ervoor dat nooit het gehele bedrijfsnetwerk kan worden platgelegd. Dit is een effectieve vorm van ‘damage control’ die onmisbaar is voor zakelijke IoT-gebruikers.”

 

Hoewel er op beveiligingsgebied enorm veel haken en ogen aan IoT-oplossingen zitten, denkt Egberink dat je duurzaamheid en IoT niet meer los van elkaar kunt zien. “Met slimme toepassingen kun je veel energietoepassingen finetunen. Juist daarin zit het voordeel. Kijk naar windmolens: die worden met sensoren gemonitord, zodat het effect van golven en wind op de windturbine gemeten en geanalyseerd kan worden. Zo weten we veel beter waar je bepaalde turbines moet neerzetten. IoT wordt ook in de agrarische sector ingezet. Dit draagt bij aan efficiëntere bemesting en beplanting. Dat scheelt energieverbruik, maar ook grond- en watervervuiling. Dubbele winst dus.”

 

Knuijt is het daarmee eens, maar plaatst er wel een kanttekening bij: “Hoewel IoT-toepassingen kunnen bijdragen aan duurzaamheid, is het belangrijk te onderkennen dat de consument erg gehecht is aan gemak. Je hebt mensen die hun dak vol leggen met zonnepanelen en zonder blikken of blozen ook een Quooker installeren. Deze inconsequente aanpak zie je ook op het gebied van elektrisch rijden. Uiteraard is een Tesla minder vervuilend dan een dieselauto, maar als de elektriciteit wordt opgewekt in Amsterdam waar de centrale op kolen brandt, verleg je simpelweg het probleem. Een echt duurzame maatschappij vraagt om investeringen van de overheid, bijvoorbeeld in een zuiniger netspanningsinfrastructuur. Maar ook bedrijven en consumenten moeten verstandiger afwegingen maken tussen milieu en comfort. We hebben nog een lange weg te gaan, maar als ik zie welke duurzame technieken worden ontwikkeld en ingezet, ben ik zonder meer hoopvol.”

 

Wilt u meer weten over de security-oplossingen van Contec? Neemt u dan contact op met onze afdeling sales.

 

Dit artikel is als eerste verschenen bij Vastgoedjournaal en op Focus on IT.